Turnhout tijdens de Tweede Wereldoorlog (H. de Kok e.a.)

Boeken, tijdschriften en websites met betrekking tot WOII
Plaats reactie
Gebruikersavatar
okke
Lid
Berichten: 3369
Lid geworden op: 25 feb 2003, 20:31
Locatie: Rosmalen
Gegeven: 3 keer

Turnhout tijdens de Tweede Wereldoorlog (H. de Kok e.a.)

Bericht door okke »

(Deze recensie is geschreven door Jef Abbeel. Ik plaats deze recensie met zijn toestemming.)

Titel: Turnhout tijdens de Tweede Wereldoorlog
Schrijver: Harry de Kok en Samen van Clemen
Uitgeverij: Brepols, Turnhout, 2003
ISBN: 90-5622-053-5; € 24,90
blz: 206 p.
taal: Nederlands
kernwoorden: Turnhout, dagboek, dagelijkse leven
beschrijving van de inhoud:

Zoals de meeste gemeenten van België, was Turnhout bezet door de Duitsers van 14 mei 1940 tot 23 september 1944 en daarna nog even door de Engelsen en Canadezen tot september 1945.
Heel die tijd noteerde kanunnik, stadsarchivaris en lokaal historicus Jozef Jansen dag na dag wat er gebeurde. Op 11 mei stapte hij al naar burgemeester Van Hoeck met de vraag om archief, museum en bibliotheek extra te beschermen; op 21 september 1944 deed hij dat nog eens over. Zijn dagboeken zijn allemaal bewaard en aangevuld met brieven en andere documenten uit het stadsarchief, onder andere “Het Vlaams - nationale Weekblad” van de Turnhoutse broers Van Mierlo.
Een ander geluk was dat een fotograaf (François Boone) de gebeurtenissen ook op de voet volgde en zijn foto’s bewaarde.
Twee professionele historici hebben ze bewerkt en uitgegeven: Sam Van Clemen, ook al auteur van een boek over de eerste wereldoorlog (“Den Oorlog Verklaard! De Grote Oorlog in de provincie Antwerpen”, 2003) en Harry de Kok, al drie decennia stadsarchivaris en schrijver over Turnhout. Ze beperken zich gelukkig niet tot Turnhout, maar
trekken het open naar de gebeurtenissen in België, Europa en de wereld.

De 208 jaar oude uitgeverij Brepols, zelf eigenaar van een rijk fotoarchief, geeft het boek uit.
Turnhout en omgeving mogen zich dus gelukkig prijzen dat dit deel van hun verleden zo goed bewaard en vakkundig gereconstrueerd is.

Het boek begint met België en Europa van 1938 tot 1940, de afspraken met Frankrijk en Engeland om hulp te komen bieden, de mobilisatie van aanvankelijk wel 1400 Turnhoutenaars op een bevolking van 31.000, de bouw van de kazerne Blairon, waar na de oorlog zoveel jongeren hun militaire opleiding hebben gehad.

Pas daarna krijgen we een beeld van het interbellum in de Kempen. Eerst de politieke partijen: katholieken, socialisten, liberalen, Vlaamsnationalisten, Verdinaso. Dan de vakbonden, sociale organisaties en de economie: papier, speelkaarten (nummer één in de wereld!), textiel (tijk, kant, confectie); tabak; peperkoek; landbouw. Verder ook toneel en sport.

Vanaf 10 mei krijgt het boek de vorm van een kroniek, met tussendoor losse thema’s zoals de organisatie van de bevoorrading en de rantsoenering, Leopold III en de regering, portretten van onder meer burgemeester Alfons Van Hoeck (1932 - 1946 en opnieuw gemeenteraadslid 1952 – 1957), politiecommissaris Van Calster, de drie broers Van Mierlo, de Boerenwacht (om diefstal van vruchten en vee te voorkomen), de kazerne, verzetslui, de collaboratie, de repressie.
Ook hier wisselen Turnhout, België, Europa en de wereld elkaar af.

Enkele anekdotes en gebeurtenissen: op 11 mei bombardeerden de Duitsers per vergissing het St. – Jozefcollege, omdat het eruit zag als een kazerne; het jezuïetenbolwerk bleef overeind.

In de scholen St.-Victor, Heilig Graf, St.-Jozefcollege werden een paar duizend Duitsers ingekwartierd; toch krijg je de indruk dat de politieke agenda grotendeels verder bepaald werd door burgemeester Van Hoeck en het gemeentebestuur en niet door het militaire hoofdkwartier in het St.-Victor.

In 1941 ontbraken elementaire levensmiddelen zoals aardappelen; sommige gezinnen aten maar om de vijf dagen vlees. De zaterdagmarkt ging meestal gewoon door, maar het aanbod werd steeds kleiner. In zes zalen werd toneel of film gespeeld; in de winter zaten ze bomvol, omdat het thuis te koud was.

In de zomer van 1940 begon men met de (in 1938 geplande) aanleg het stadspark, het zwembad, de tennisvelden en het sportstadion. Ze deden dienst tot 2003 en worden in 2004 grondig hernieuwd.
De Duitsers versnelden ook de elektrificatie van de tramlijn Antwerpen – Turnhout. In de eerste oo/rlogswinter was het zo koud, dat men kon schaatsen van Driekoningen tot 1 maart. De atletiekclub organiseerde een veldloop ten bate van Winterhulp. Ook de volgende winter was ijskoud: er lag 20 cm ijs op de Markt op 19 maart 1942. Bovendien zaten vele mensen zonder kolen.

In de warme zomer van 1941 kon kanunnik Jansen dan weer ergeren aan de blote benen van de fietsende meisjes: “ze horen thuis in Congo” (59).
In Turnhout woonden twintig joden. Ze waren uit Duitsland naar hier gevlucht. Vanaf juni 1942 moesten ze een davidster dragen. Wat er later met hen gebeurde, is niet duidelijk.

Vooral vanaf november 1943 kon men uit het gedrag van de Duitsers afleiden dat ze aan de verliezende hand waren. Op 23 mei werden bijvoorbeeld in het nabije Ravels vijftien mensen opgepakt door de Gestapo; slechts enkelen zouden terugkeren. De landing in Normandië (6 juni 1944) viel toevallig samen met de opening van het zwembad en het sportstadion in het stadspark.

1944 werd verder gekenmerkt door de wegvoering van de koning (7 juni 1944), de vervanging van generaal von Falkenhausen en zijn Militärverwaltung door een Zivilverwaltung (19 juli 1944) en peperdure prijzen voor levensmiddelen: 100 BF voor een krop sla, 15 voor een kilo aardappelen, 50 voor een kg tarwe.
Op 3 en 4 september 1944 werden Brussel en Antwerpen bevrijd, op 8 september keerde de regering Pierlot terug. De Gestapo zocht politiecommissaris Van Calster, maar hij kon ontsnappen in jezuïetenpij. Pas op 23 sept. trokken de Duitsers weg uit Turnhout, dat een jaar lang een Engels – Canadese stad werd.
Op 9 oktober vond de geldsanering plaats: minister van financiën Camille Gutt koos voor de korte pijn.
Personen die verdacht werden van collaboratie, werden afgevoerd naar het kasteel, de kazerne en vooral naar het kamp in Merksplas.
De Witte Brigade en het Onafhankelijkheidsfront zochten tot in november iets te hevig, zonder opdracht en volkomen willekeurig naar collaborateurs.
Vanaf einde oktober was een militaire rechtbank actief in Turnhout. Doordat veel collaborateurs gevlucht waren (onder andere naar Antwerpen), werden er nogal wat bij verstek veroordeeld. In Antwerpen werden er twee terechtgesteld.
Einde oktober waren ook de buurgemeenten Tilburg en Den Bosch bevrijd en kon een groep vluchtelingen terugkeren naar Alphen.
Op 9 dec. 1944 vergaderde de gemeenteraad voor het eerst sinds de bevrijding; drie mandaten werden vervallen verklaard. In januari en februari 1945 sprak de pers schande over de behandeling van de geïnterneerden in Merksplas. Op 25 mei 1945 werd Juliaan Weiss, de beul van Breendonk, in Turnhout aangehouden.
Bij de slachtoffers van de repressie was ook Theo Op de Beeck (1901 – 1993). Deze regisseur, toneelspeler en voordrachtkunstenaar was zeer geliefd, maar werd toch opgepakt, vernederd, één nacht opgesloten; hij verloor zijn ambt van schepen van cultuur en werd in 1950 één maand geschorst als onderwijzer. Hij was niet de enige die onterecht veroordeeld werd. Later werd hij gerehabiliteerd en tot tweemaal toe ontvangen op het koninklijk paleis.

In de koningskwestie stond Turnhout massaal achter Leopold: ze toonden dat met een luchtballon (p. 141, niet gedateerd), optochten en (hier niet vermeld) een delegatie die de koning ging opzoeken in Zwitserland.

Op het einde van en na de oorlog kreeg Turnhout hoog bezoek: in oktober 1944 van generaal Eisenhower (later president), in 1948 van maarschalk Montgomery. Tijdens de oorlog waren kardinaal Van Roey, prinses Josephine Charlotte, Hendrik Elias, Joris van Severen te gast.

Het boek is de moeite waard voor wie interesse heeft voor het dagelijkse leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bevat drie registers: personen, plaatsen en ook nog gebouwen, instellingen en verenigingen. Een verklarend lijstje met afkortingen (PLB, NKB, OF, …) had er ook nog bij mogen zijn.
Soms gebruikt men verouderde woorden: zwemdok, bewaarschool, opleiden
(voor oppakken), omhaling in plaats van inzameling; in een dorpje zoals Tielen spreken ze niet van “stadhuis” (p. 165).

Jef Abbeel - januari-februari 2004
Zelf Denken Samen Leven - Humanistisch Verbond
Plaats reactie