Nieuw verhaal: Fallschirmjäger

Boeken, tijdschriften en websites met betrekking tot WOII

Hoe vind je dit verhaal

Super! Ga zo door!
12
32%
Wel aardig, leuk om te lezen
1
3%
Mwah, niet echt leuk
1
3%
Bah, niks aan
0
Geen stemmen
Verschrikkelijk, hou alsjeblieft op
2
5%
Ik houd van zeebaars
22
58%
 
Totaal aantal stemmen: 38

Gebruikersavatar
iknowdintoo
Lid
Berichten: 1753
Lid geworden op: 10 okt 2007, 17:33
Locatie: Terherne, Friesland
Ontvangen: 1 keer

Nieuw verhaal: Fallschirmjäger

Bericht door iknowdintoo »

Ik ben begonnen met een nieuw verhaal, nu vanuit perspectief van een Fallschirmjäger.



Hans Voigt zat sinds 1937 bij de Wehrmacht. Hij had zich op zijn achttiende opgegeven. Uit enthousiasme voegde hij zich bij het leger: een ferme jonge kerel die bij de bij de dappere strijders van de Duitse Wehrmacht zou komen, wat een toekomstbeeld!
Hij onderging training na training, en werd een zogenaamde Stoßtruppspioniere, een pionier. In 1940 kreeg hij een invitatie om zich bij de Luftwaffe, specifieker de Fallschirmjäger te voegen. Hier was de training stukken zwaarder, en dan de vallen; daar moest de jonge enthousiasteling wel aan wennen! Na een paar maanden voerde hij zijn eerste parachutesprongen, uit een Ju52, uit. Hij en zijn kameraden voerden noch een discussie over wanneer Engeland zou worden aangevallen, daar zouden zij vast en zeker deel van uit maken! De Junkers maakte een scherpe duik. ‘Rustig, tante Ju, we moeten nog naar Engeland!’ lachte Bando, zijn grenzeloze glimlach breed gapend op zijn gezicht. Bando, Bartolomee Renke voor de meesten die hem kenden, was de grappenmaker van de groep parachutisten. De voorste van de groep zag de valschermen met kisten vol wapens op de grond vallen. Het teken werd gegeven. Springen, springen, springen! Hanne liet zich vallen, en opende volgens routine zijn parachute. Nadat hij een wederzijdse duim-omhoog had gewisseld, zag hij hoe wijds het licht glooiende landschap zich voor hem uitstrekte, met hier en daar de perfect ronde witte vlekken van de parachutes. De landing was hard, maar niet veel harder dan die in de trainingen. Rol, sta, rennen naar de wapenkist. Hij pakte zijn wapen, een MP38, en rende vervolgens naar het verzamelpunt. De hoogste in rang aanwezig gaf zijn complimenten aan de Fallschirmjäger, evenals een goede portie kritiek. Een hogere officier van de Luftwaffe kwam, met een aantal andere officieren, in een licht verouderde personenwagen aanrijden. De auto stopte enige afstand voor hun en de officieren liepen inspecterend voort, soms opmerkingen makend en wijzend naar valschermjagers of kisten wapens.
-
De rest van de oefening verliep rustig. De parachutisten keerden te voet terug naar hun barakken, als test van uithoudingsvermogen.
De hogere officieren in personenenwagens waren inmiddels weer weg, en de lagere officieren moesten de manschappen organiseren, wat heel overzichtelijk ging. De maanden harde training van de Fallschirmjäger deed zich nu wel blijken. Het monotone gerommel van laarzen galmde door de kleine Duitse dorpjes, soms ondersteund door de geschreeuwde bevelen van de officieren. In de weken daarna deden ze nog geregeld dit soort oefeningen. Eind april werden de trainingen verhevigd, en kregen ze meer automatische wapens toegewezen. Hieronder waren ook buitgemaakte Tsjechoslowaakse ZB-26 lichte machinegeweren. Deze wapens werden erg gewild bij de parachutisten nadat ze deze leerden kennen.
-
Alleen, Hans kreeg niet de beschikking over zo'n wapen. Hij was, wegens zijn ervaring, benoemd tot pionier. Hij had nog steeds zijn MP38. Een goed wapen, maar niet geschikt voor lange afstanden, en minder betrouwbaar dan de ZB26. Waar hij zo nu en dan wel eens mee geoefend had, was een antitankgeweer, de Panzerbüchse 39. Dit was niet zozeer omdat hij deze mee zou nemen het veld in, de wapens waren namelijk te zwaar voor de parachutisten. In plaats daarvan oefende hij hiermee, zodat hij om wist te gaan met zulke zware wapens in het geval dat hij dit soort wapens zou tegenkomen in de strijd. De parachutisten moesten overal op voorbereid zijn, aangezien ze waarschijnlijk ver achter vijandelijke linies zouden worden gedropt.
-
In mei 1940 was het dan zover. In actie! 9 Mei ging relatief rustig, aangezien ze al een tijdje aan het voorbereiden waren. Hans' beste maat Jan, een goede man die soms wat traag van begrip was, was nog koortsachtig bezig om alle verschillende dingen die nodig waren, nog te doen. Kaarten posten, uitrusting checken, dubbelchecken, en magazijnen laden voor de ZB26 en zijn eigen wapen, een Kar98K. Dit laatste had hij nog de meeste haast mee, want de zorg voor de munitie werd aan de soldaten zelf toevertrouwd. De aangewezen hoeveelheid magazijnen en patroongordels moesten opgehaald worden, vervolgens geladen en ten slotte voor 12 uur 's middags op 9 mei ingeleverd worden. Wie deze opgave verzuimde, kreeg te horen dat hij geen extra munitie beschikbaar kreeg bij de landing. Hetzelfde gold voor de wapens. De munitie werd in grote kisten gedaan: groen-grijs geschilderd met het aantal en het type munitie of andere voorraden. Er was nog 1 kist over, die bovenop lag met de deksel ernaast. Jan haastte zich naar de kist met de munitie om zijn schouders en in zijn handen; en begon nog harder te rennen toen hij zag dat de munitie al werd ingeladen. Toen hij bij de stapel kisten en andere containers gearriveerd was, ontdeed hij zich snel van de munitie, terwijl hij wel probeerde de magazijnen met enig beleid te ordenen. Iedereen ging rond 1 uur slapen, want ze werden bij nacht gedropt. Tegen die tijd was de ronkende motor van de Opel Blitz, die de kisten munitie ophaalde, ook al weggestorven naar het westen, waar het vliegveld was. Rond 10 uur 's avonds stonden de meesten weer op, voor een laatste check van de uitrusting. Pistolen werden geladen en op veilig gesteld, messen werden geslepen. Alles in stilte. Over een paar minuten zou het ronkende geluid van de Opel Blitzen weer komen, en zouden ze instappen, op weg naar het vliegveld. De laatste paar kleine aanpassingen werden uitgevoerd, zoals horloges gelijkzetten. Iedereen ging in een rechte lijn van 3 mensen breed staan, en werden geïnspecteerd door de officieren. Een vrij dikke officier, ironisch genaamd Klein, liep langs de rijen. Zijn ceremoniële zwaard hing om zijn middel, en zijn rijen medailles rinkelden terwijl hij liep. Hij stond bekend om het feit dat elke keer als hij een woord met een P uitsprak, een sprongetje maakte; hetgeen er voor zorgde dat zijn medailles, die hij voornamelijk in de Eerste Wereldoorlog verdiend had, een geluid maakten als een uitzinnige straatmuzikant. Hij had een snor als een oude Pruisische baron (Hans vroeg zich af of hij dit niet ook was) en een al even typerende monocle. Een rare snuiter, maar wel een sympathieke. Bij een wat slaperig uitziende parachutist, Vaclav Pöffler genoemd, bleef hij staan. Er werd wel eens gegrapt dat hij met de ZB26's mee uit Tsjechoslowakije naar hun kamp was vervoerd. Het was een jonge knaap, en overtuigd nazi. Niemand stoorde zich hier echt aan, behalve als hij weer eens een speech hield over hoe slecht de Joden in Engeland wel niet waren. Dan liep iedereen omzichtig weg naar hun respectievelijke slaapzalen; meestal om een potje te kaarten. Daartoe waren ze goed uitgerust: Er werden ter bevordering van de moraal verschillende pakjes kaarten met propagandistische opdrukken verspreid; vaak met het beeld van Hitler, Arische jongedames of anderszins afbeeldingen waarvan men dacht dat ze bezielend werkten. Oberfeldwebel Klein bekeek hem eens aandachtig, en toen Vaclav opkeek, was hij spontaan wakker. 'Pöffler!' piepte Klein, terwijl het onvermijdelijke sprongetje tussen de 'P' en de 'öffler' maakte.
'Zijn wij aan het slapen!? Wij hebben belangrijk werk te doen, en van u in het bijzonder verwacht ik een grote inspanning!'
'Jawohl, Herr Oberfeldwebel!'
'En laat ik duidelijk zijn: slaperig naar de grond staren word niet vermeld in de Soldaten Fibel, of enig ander boek dat u als Fallschirmjäger gelezen moet hebben!'
'Jawohl, Herr Oberfeldwebel!' zei Pöffler weer. Nu schreeuwde hij bijna, in de hoop dat hij de officier van zijn goede wil kon overtuigen.
'Dat dacht ik. Volgende keer eerder uit bed, Pöffler!' En met een sprongetje maakte hij zijn rede af. Pöffler zelf sprong ook op van de zenuwen. Hij ging strak in de houding staan. De dikke officier vervolgde zijn tocht, en bekeek iedere soldaat aandachtig met zijn monocle.
Toen de inspectie ten einde liep, kwamen de Opels aangereden. Klein ging tevreden met zijn dikke achterwerk in de voorste Blitz zitten; naast de bestuurder. Één van zijn 'helpers', zoals hij ze noemde, had zijn ceremoniële Luftwaffe-zwaard aangenomen; hij past al nauwelijks in de vrachtwagen, maar met een zwaard zou écht niet kunnen. De Opel kraakte toen hij instapte. Iedereen ging achterin zitten; en de auto's vertrokken richting vliegveld.
-
Het regende licht, wat een vreemd geluid gaf op de stoffen afdakken van de Opels. Hans zat gehypnotiseerd naar een stroompje water, dat via het afdak, de houten planken die als zitplaatsen waren bestemd, en de planken op de vloer wegsijpelde naar de snel wegschietende weg onder hun. Iedereen probeerde een beetje warm te blijven, en daarvoor werden enige sjaals uitgedeeld. Niet voor iedereen was er een sjaal, dus er werd gedeeld. Het was een vreemd gezicht, die gecamoufleerde gezichten in volledige uitrusting, die als stelletjes bij elkaar zaten, bijeengehouden door de dikke, lange sjaal. Bando maakte gefluisterde grappen met zijn 'sjaal-maat'. De Blitz vertraagde, een hek werd geopend. Geschreeuwde bevelen naar de piloten van de Junkers 52-transportvliegtuigen, die knoppen omzetten, hendels verschoven. In een stille rij liepen de parachutisten naar de klaarstaande vliegmachines, met knalgele neuzen gesierd. Oberfeldwebel Klein keek onder een gigantische paraplu, omhooggehouden door één van zijn 'helpers', naar naar de stoet gehelmde figuren. Tegelijk met hun startten enige Bf109 E-1's, die hun zouden escorteren. De lenige silhouetten van de piloten wipten hun vliegtuigen binnen. Hans klom naar binnen, en ging ergens achterin de Ju52 zitten. De deur sloot, en de motors werden gestart. Al gauw waren ze in de lucht rondjes aan het vliegen, wachtend tot alle Junkers in de lucht waren. En toen begon de vlucht naar Nederland. Na ongeveer een uur hoorde Hans geratel. Hij keek verbaasd op van zijn grondige nagelinspectie, waarmee hij de tijd doodde. Dit was niet gemakkelijk, aangezien de machine flink rammelde. Er werd op hen geschoten! Er was hun verteld dat er weinig tot geen tegenstand zou zijn, en dat de Hollanders verouderde jagers hadden. Dat bleek hier niet zo te zijn. Haast fonkelnieuwe Fokker G.I's vlogen op hun af, ze hadden al één der andere Junkers neergehaald: de inzittenden sprongen wanhopig uit de geopende deur. De zware tweemotorige jagers van de LVA zorgden voor flink wat ophef in het eskader transportvliegtuigen. Ze waren niet in grote getale, maar wel één van de modernste modellen van het Nederlandse luchtwapen. Waar bleven die Bf109's!? Daar kwamen ze al. Achter een wolk vandaan kwamen de jagers die hen moesten beschermen. Een paar schoten op de G.I's, terwijl andere naar beneden doken. Wat waren die van plan? Hans had geen tijd om er over na te denken. In de chaos van deze dogfight werd het order gegeven te springen. Geluid van het boordgeschut van de Ju52 overstemde bijna de bevelen, maar iedereen begreep wat te doen. Dit was het moment waarop ze moesten gaan staan, en daarna zouden springen, de duistere diepte in.
Nog één diepe ademhaling. Nu sprongen de mannen van Fallschirmjäger-Regiment 2 de koude nachtlucht in.
En ook Hans. De vele nachtelijke trainingen die hij inmiddels gekregen had, hadden hem niet kunnen voorbereiden op de hel die de combinatie van brandende vliegtuigen, de pijnlijk strakke riemen, de ijzige -en natte- lucht, en het scheurende geluid van schietende machinegeweren teweeg bracht. Lichtspoorkogels floten langs hem heen. Hij trok aan het koord van zijn harnas, en zijn witte parachute opende boven hem. Hij voelde machteloosheid.
Terwijl hij daar bungelde aan een serie touwtjes, waren er vele mensen, op land en in de lucht, aan het vechten voor hun leven.
-
Een smak. Hans maakte een glibberige koprol op het natte gras, ergens in de platte weilanden van Nederland. Geen enkel geluid, behalve dat van de vliegtuigen in de lucht, vechtend, vluchtend. Hans stond op, en zag tot zijn verbazing maar 100 meter verderop een opengevallen kist wapens en munitie staan. Hans liep er naartoe, zijn Walther in de hand, voor het geval dat hij Hollandse soldaten zou tegenkomen. Eenmaal bij de kist, die tegen een kale boom kapot was geslagen, pakte hij één van de nog werkende wapens, een MP40, en bijbehorende magazijnen. Hij zag ook een kleinere kist, met grote opgeschilderde letters 'Nicht Werfen'. Hij brak de kist open, en zag een voorraad Stielhandgranates. Hier nam hij er ook 3 van, die hij in zijn laars en onder zijn koppel stak. Hij laadde zijn wapen, en marcheerde op een klein modderweggetje op naar een dorp, welke hij kon onderscheiden door de kerktoren die boven het hele dorp uitstak. Hij pakte, om iets te doen te hebben, een meegebracht net uit zijn camouflagejas, en begon deze op zijn helm te bevestigen. Hij was zo slim geweest deze nog snel mee te pikken van onder zijn bed, voordat ze vertrokken van hun basis.
Nadat hij deze taak volbracht had, begon hij takjes af te breken van struiken, en deze onder het net te steken. Als een zwaarbewapende bosjesman kwam hij in het dorp aan. Nog steeds geen enkel geluid. Hij liep door tot het midden van het dorp, waar hij nog net een lamp zag uitgaan. Hij liep naar het huis toe, en bonkte met zijn hand op de deur. Geen reactie. Hij klopte nog eens. Een stem van uit het huis: 'Gehe weg!' hoorde hij een jongensstem zeggen. Die zal in de volgende jaren waarschijnlijk wel beter Duits leren, dacht Hans onwillekeurig. Hij zei zelf in gebroken Nederlands, dat hij alleen wou weten waar de burgemeester woonde. Weer geen reactie. Hij zei het nog een keer, dit keer luider. De deur klapte van het slot, en opende zich. Een dikke man van rond de 50 tekende zich tegen het zwakke schijnsel van een oude stormlamp. 'Sie haben ihn gefunden' zei de man. 'Dit dorp staat vanaf nu onder Duitse controle' zei Hans. De burgemeester kreeg een geteisterde uitdrukking op zijn gezicht, voor zover hij deze al niet had. De jongen, die hij eerst al had gehoord, keek nu vanuit een kier in de deur naar de rare verschijning in hun deuropening. Toen hij zag dat Hans hem had opgemerkt, liep hij weg, waarschijnlijk de trap op naar bed. De man mompelde iets in het Nederlands. '...Weer een Dinant..' '...Donkere tijden..'
Hans en de moeë man wisten niet wat te doen. Hans had nooit instructies gekregen over wat te doen als je alleen in een dorp belandt. Een plaque aan de muur verried dat deze man als dienstplichtige in de Grote Oorlog gediend had. Hij had verhalen gehoord over de Duitse gruwelijkheden in België, en nu weer geruchten over Nazi-kampen tegen politieke vijanden van Hitler. Nu deze Duitser voor hem stond, kon hij zich nauwelijks bedwingen. Hij wou de Duitser een andere wereld in slaan, en tegelijk op de grond in huilen uitbarsten. Maar hij hield zich in. Misschien is het nu anders, zo hoopte hij.
-
De man vroeg hem binnen, in goed Duits. Hans vroeg zich af wat te doen. Moest hij naar binnen gaan? Moest hij niet ergens vechten? 'Ik heet Jansma trouwens, Harm Mechteren' Toen hoorde hij iets achter zich. Hij draaide zich om, en zag daar drie Fallschirmjäger, op fietsen. Elk hadden ze verschillende wapens en munitiekisten achterop. Hans riep ze. Ze remden abrupt, draaiden om en fietsten naar Hans toe. Nadat ze de fietsen tegen de heg, die schuin langs het huis liep, hadden neergezet, kwamen ze enigszins opgelucht naar Hans toe. Één van hen steunde op de ander. 'Wat is er met jou gebeurd?' vroeg Hans. 'Enkel verstuikt tijdens de landing, denk ik' zei hij. De burgemeester stond nog steeds in de deuropening. 'Deze heer hier is de burgemeester, en heeft ons net naar binnen gevraagd', zei Hans. 'Nu ja, dan kunnen wij dat niet afslaan, volgens mij!' zeiden de drie in koor, allang blij dat ze ergens naar binnen konden. Ze liepen naar binnen, en zetten hun helmen op de hoedenplank. Het was wel een raar gezicht, al die herenhoeden, onderbroken door drie bemodderde, en één bebladerde, Duitse parachutistenhelmen. De burgemeester liep naar de keuken, en besprak daar kennelijk de gebeurtenissen met zijn vrouw, te horen aan de vrouwenstem. Al gauw kwam de vrouw, wiens stem ze hadden gehoord, door de deur en vroeg of de heren soldaten of ze ook thee wilden nuttigen. 'Ja, bitte' zeiden de drie parachutisten. Hans was helemaal in gedachten verzonken, en schrok op. 'Ja, ja.. Ehm, bitte..'. 'Hoe heet dit dorp eigenlijk?' vroeg Hans aan de vrouw van burgemeester Mechteren. 'Perkouw.. we wonen hier in Perkouw' zei de Hans en de parachutisten overlegden, terwijl ze wachten op de warme thee. De gewonde parachutist bedacht, dat ze wel eens een kaart konden gebruiken. De theeketel begon te fluiten, en na een paar momenten kwam de vrouw van de burgemeester met een dienblad aanlopen. Ze had al een paar kleren aangetrokken, maar liep nog steeds op blote voeten. De burgemeester kwam ook bij de tafel zitten. De kopjes werden uitgedeeld, en een suikerpot in Delfts blauw werd op tafel gezet, samen met een melkkan. Geen van de twee werden gebruikt, de parachutisten dronken zonder pardon de thee op. De hete vloeistof gleed door hun kelen, en het genootschap ontspande zich. 'Heeft u ook een atlas in huis?' vroeg Hans. De burgemeester liep naar een boekenkast, en trok onderaan een lade open. Hij haalde er een gigantische atlas uit, die de hele tafel in beslag nam. De vrouw van de burgemeester had de kopjes weer opgehaald, samen met de melkkan en de suikerpot, en was daarna kennelijk naar bed gegaan.
Hij sloeg de atlas open, en bladerde naar een bladzijde waarin Rotterdam en omgeving waren weergegeven. Hij wees een klein plaatsje aan, genaamd Berkenwoude. 'Zijn we nu in Berkenwoude, of in het 'Perkouw', welke uw vrouw ons vertelde?' vroeg de langste van de vier parachutisten. Hij zag er wantrouwend uit. 'Ja.. Ehm, nee.. Ehm, Perkouw is Berkenwoude' zei de burgemeester 'Wij noemen het Perkouw'.
-
Geen van beide partijen wist wat te doen, en dus werd besloten dat de Duitse parachutisten in een goed geïsoleerde schuur zouden slapen, op de gewonde na, welke in de gastenslaapkamer en iets luxer verblijf kreeg. Zijn been werd ook verzorgd, wat onder gedempte kreten gebeurde. De volgende dag stonden ze op, zochten de burgemeester - die ook boer was - op, bedankten deze, en vervolgden hun tocht. Het was 11 mei 1940, een paar minuten over 7. De gewonde parachutist was zo'n beetje volledig gedemobiliseerd. Daarom lieten ze hem, na goedkeuring van de burgemeesters echtgenote, achter in hun tijdelijke verblijfplaats. Er stond een klein groepje vrouwen bij een oude boom in het midden van het dorp te praten over de Duitse inval. Kennelijk had de vrouw van het postkantoor meer gehoord, zij was de enige met een telefoon in het dorp. Als een beroemdheid stonden alle andere vrouwen en kinderen om haar heen. Ze keken om toen ze de Fallschirmjäger zagen, en waren even stil. Toen draaiden ze, alsof ze niets gezien hadden, weer terug en ging het gekwebbel weer door. Ze wilden al het nieuws weten, zolang het maar niet voor hun voordeur gebeurde. Hans pakte zijn Finse Suunto-kompas uit één van zijn jaszakken. Ze besloten naar het zuidwesten te gaan, de kant op van Rotterdam. Één van de vier parachutisten, Dieter, had Nederlands geld meegenomen. Hij kwam uit een rijk gezin, en stond er om bekend dat hij geld van de meest uiteenlopende naties verzamelde. Hij deed dit naar eigen zeggen omdat hij niet blut in vijandelijk gebied terecht wou komen. Hiermee gingen ze naar de bakker, en kochten ze wat bruin brood. Ook de bakker leek niet erg op zijn gemak te zijn met de gewapende klanten, en was verbaasd toen hij deze niet gewoon alles leeg zag roven. De bakkersknecht verpakte het brood met enige haast, en probeerde tegelijkertijd een oogje op hen te houden. Ze verdeelden het brood, en pakten wat kaas uit hun broodzakken. Het taaie brood dat hen verstrekt werd via hun kamp, lieten ze links liggen. 'Daar kun je nog iemand mee dood slaan!' zei Dieter. 'Nou, als je geen bajonet bij je hebt, en je munitie is op, weet je wat te doen' lachte Hans tegen hem. Het Hollandse brood beviel hen goed. Ze waren het eens dat het jammer was, dat er geen echte Hollandse kaas bij te nuttigen viel. Na dit ochtendmaal liepen ze richting Rotterdam. De lange para was de hele tijd met iets bezig, maar Hans kon niet ontdekken wat het was.
'Hé, hoe heet jij eigenlijk?' vroeg Hans.
'Martin Gottfried, maar noem me maar Fried'
'Wat ben je aan het doen met je bajonet, Fried?'
'Een beeldje kerven uit een stukje hout, da's een hobby van me'
'Probeer maar 'ns' zei Fried, waarop hij de glinsterende, geslepen bajonet en een ander stukje hout naar hem toe wierp. Nog steeds doorlopend begon Hans te snijden.
Al gauw had hij iets, maar veel meer dan 'iets' kon hij er niet in zien. 'Het leert vanzelf' zei Fried 'Gewoon blijven proberen'.
-
Ineens werd hij naar beneden getrokken. 'Kanon!' fluisterde Fried tegen Hans. Toen Hans zijn hoofd tussen de struiken en prikkeldraad door stak, zag hij een antiek ogend Hollands kanon staan. Een aantal nerveuze Nederlandse soldaten stonden bij een 'bunker', opgetrokken uit modder, op wacht. Het kanon was een stuk 6 Veld, ontworpen in 1894. Maar één van de vier Nederlandse soldaten die deze stelling bewaakten had een geweer, een Mannlicher M95. Deze was ook bijna een museumstuk. Antiek of niet, schieten kon het kanon wel. En daarom gingen de Fallschirmjäger een flankaanval proberen. Nauwelijks waren ze uit elkaar, of een oplettende Hollandse soldaat had hen opgemerkt. Luidkeels schreeuwend wees hij naar de groengrauwe soldaten, op het weggetje een paar tientallen meters van hen vandaan. Snel probeerden drie van de soldaten hun kanon klaar te maken en te richten, terwijl de soldaat met het M95 geweer al begon te schieten. De Hollander had maar twee van hen gezien, degenen die naar rechts kropen. De helmplaten van de Hollanders glommen, terwijl ze het kanon opstelden. De andere twee waren onopgemerkt achter de Nederlandse soldaten gekropen. Hans was één van die twee. Het mes waarmee hij zijn tak aan het bewerken was, had hij tussen de tanden. De soldaat met het geweer had zich inmiddels opgesteld in de bunker, en was druk met het herladen van zijn geweer. Één van de Hollanders schreeuwde 'Vuur!'. Een 57mm projectiel boorde zich in de grond achter de twee andere parachutisten, die inmiddels naar een klein stenen hokje renden. Een huls plofte op de grond, net toen Hans zijn mes op de nek van de geweerdragende Nederlander zette. Hij slaakte een gesmoorde kreet en liet zijn geweer vallen, waarop de de drie Hollanders die het kanon bedienden, omdraaiden. Geschrokken van hun bedreigde kameraad, staken ze hun handen in de lucht. De twee andere parachutisten kwamen met geheven geweer op de stelling af. De Hollanders zagen er relatief oud uit: in de 30, misschien wel in de 40. Er werd besloten dat de Hollanders maar moesten wachten tot een Wehrmacht-colonne langs zou komen, om krijgsgevangen te worden gemaakt. De Mannlicher werd meegenomen door Fried als souvenir, en het stuk 6 Veld werd naar een sloot gesleept, waar een Stielhandgranate in de loop werd geduwd. Daarna vervolgden de vier hun reis. na een paar kilometer lopen, zagen ze een rivier, en belangrijker, een opgeblazen brug.
Dieter was als rijkeluiszoontje al vaker in Nederland geweest, en had zich in Friesland de kunst van het polsstokspringen eigen gemaakt. Het idee was om al polsstokspringend over de brug te komen. Al gauw hadden ze een geschikte stok gevonden, en Dieter deed het een paar keer voor, wat niet zonder de nodige grappen van de andere drie kameraden gebeurde. De stok neerzetten werd al bemoeilijkt door het feit dat puin van de brug de weg versperde, wat ook bijna natte voeten opleverde voor Dieter. Na er zeker van te zijn dat er in ieder geval een goede kans van slagen was, werd de bepakking en uitrusting afgedaan, welke vervolgens over de brug werd gegooid en opgevangen door Dieter. Hierna werd er gesprongen. Hans gleed bijna nog uit, maar wist nog net vaste voet te krijgen op de overkant. Na deze creatieve oplossing ging de tocht weer verder.
-
Nu was Gottfried in het Hollandse geweer aan het kerven, waardoor de kolf fraai versierd raakte. Het was inmiddels al middag geworden, maar in het Nederlandse platteland was niet veel actie te zien. Zo nu en dan een boer, die van onder zijn pet hen wantrouwend aankeek. Toen het bijna avond werd, kwamen ze in Rotterdam aan. Nu werden ze wat meer op hun hoede, en Fried hield op met kerven. Ze zagen een rivier, waar ze naartoe liepen. Ineens begon een beschieting vanaf een flat aan de andere kant van de rivier. Ze zochten snel dekking, en probeerden te ontdekken wat hen beschoot. Een crescendo van ouderwetse, maar niet minder dodelijke, wapens schoot vanaf de flat, die ze eerder hadden gezien, en ook vanuit andere huizen aan de andere kant vanaf de rivier. Maar niet op hen. Er waren andere Duitse troepen voor hun, die ondanks het hevige vuur een paar schoten probeerden te lossen. Hans, Fried en de andere twee Fallschirmjäger renden naar een huis, dat naar het leek zwaar geleden had onder beschietingen, en ontmoetten daar enkele Wehrmacht-soldaten. 'Wie zijn dat!?' schreeuwde Hans tegen een onderofficier met een verrekijker, die duidelijk niet een Duits model was. 'Nederlandse mariniers - Verdomme!' schreeuwde hij toen zijn verrekijker precies in het glas werd geraakt door een Nederlandse kogel. 'Duivels, dat is wat ze zijn, Schwarze Teufel!' zei hij, en rende naar een soldaat verderop. Hij schreeuwde tegen hem waarom hij zijn 'GGG' - Gewehrgranatgerät, oftewel een granaatwerper, te bevestigen op het geweer, niet gebruikte. 'Geen zin - Dat geeft ze alleen maar meer gaten om van uit te schieten!' antwoordde de soldaat. Er kwamen drie soldaten, die een zwaar machinegeweer op een driepoot meesleepten, aan. 'Hier is uw vuursteun, Herr Leutnant!'. Een vierde, die verschillende patronengordels om zijn nek droeg, kwam aangehold. Toen hij bij het gezelschap kwam, dat nu het machinegeweer probeerde op te stellen zonder tot flarden geschoten te worden, kwakte hij de twee munitieblikken, die hij in zijn handen had op de grond, tezamen met de patronengordels. Hij rende weer terug, om meer munitie op te halen. Het machinegeweer was een met driepoot en telescoopvizier uitgeruste MG34. 'Zo, dat zou moeten helpen tegen die koppige Hollanders!' zei de nu een beetje rustigere Leutnant. Het geweer werd opgezet, geladen, en één van de 'slepers', die het machinegeweer naar deze positie hadden gesleept, zocht een doelwit, waarna hij begon te vuren. Zo nu en dan hoorden ze in de verte zwaar geschut vuren, waarna met grote explosies verschillende gebouwen zwaar werden gebombardeerd. De luxe flat - 'Het Witte Huis' - bleef tot dan toe vrijwel onbeschadigd, maar de luitenant gaf via de radio weer andere coördinaten door, waarna ook dit gebouw de beschietingen niet werd bespaard.
-
De hulzen van de MG34 vlogen op de grond, en rolden langs Hans een trap af. Die was even gaan zitten, en de kaart gaan bekijken, die hij van Leutnant Schachtmann, zo heette hij, gekregen had. Hij kon geen goede manier ontdekken om de Hollandse mariniers te slim af te zijn. De stroom hulzen hield op, en het machinegeweer werd herladen. Weer begon hij te schieten, alleen ditmaal hoorde Hans niet het machinegeweer, maar een gekrijs, dat hoog uit de lucht leek te komen. Hij keek uit het kapotte raam, en zag een enkele Stuka op het Witte Huis storten. Die wierp zijn dodelijke lading af: vijf bommen, één van 500 kilo, en vier van 50. Het schieten hield even op aan de andere kant van de rivier, alsof ze verdoofd waren door de schokgolf die veroorzaakt werd door de bommen. Met dodelijke precisie was er een U-vormig gat ontstaan in het Witte Huis, dat nu het eens zo mooie interieur van het luxe gebouw vrijgaf. De volgende dagen kwamen er nog sporadisch van dit soort aanvallen, die nu ook werden bevochten door de Nederlanders, door middel van een machinegeweer, die op een zelfgemaakte affuit stond, opgetrokken uit stoelen en geschikt puin. Erg effectief was het niet, al kwam er op een gegeven moment wel een Stuka, die na het zien van het machinegeweer uitweek, waarna hij bijna het huis raakte waarin Hans zat. De Stuka wist nog op tijd uit te wijken, maar de stofwolk die de motor van het ding veroorzaakte, liet een verstikkende indruk achter op iedereen in het huis. Bovendien blokkeerde de MG34, die uitvoerig schoongemaakt moest worden. Hans zat tot 14 mei vast in het huis, geen idee wat te doen. Vroeg op de morgen werden ze bevolen om zo snel mogelijk weg te raken uit Rotterdam. De MG34 werd in een kar gelegd, die achter een Kübelwagen zat. Samen met twee Wehrmacht-soldaten en de drie Fallschirmjäger die al sinds 10 mei bij hem waren, maakten ze zich uit de voeten. ze sloten zich aan bij een colonne met verschillende vrachtwagens en andere wagens, die voor het grootste deel waren volgeladen met wapens en andere voorraden. Uit één van deze vrachtwagens kwam muziek, er was een radio met luidsprekers in gemonteerd. De muziek werd zo nu en dan onderbroken door bombastische marsmuziek, waarna een bericht volgde over de overwinningen van Duitsland op Frankrijk en de Lage Landen. De colonne reed naar een vliegveld. Hier vlogen Junkers 52 transportvliegtuigen af en aan, maar Hans' interesse werd meer gewekt door een gigantisch viermotorig vliegtuig, dat links in een hangar stond opgesteld. Nu ja, een hangar, het was een geïmproviseerd houten bouwwerk met meterslange camouflagenetten eroverheen gespannen. Op de neus van het vliegtuig prijkte een afbeelding van een planeet. Uit een hoog opgehangen luidspreker kraakte het: 'Alle Fallschirmjäger en Luftwaffe-personeel met bestemming vliegveld Zwickau, melden bij barak 302. Wehrmacht-personeel melden bij barak 303'. Hans was gestationeerd bij Mülsen, en dat lag vlak bij Zwickau, en liep dus naar barak 302. Deze bleek midden tussen alle landingsbanen in te liggen. Ze kregen een kaartje, waarop stond waar ze heen moesten en dat ze toestemming hadden om aan boord van het vliegtuig te komen, en werden recht naar het grote vliegtuig gestuurd, die Hans zo-even nog had zien staan vanuit de Kübelwagen. Rond de twintig Fallschirmjäger, en vijf Luftwaffe-verbindingseenheden wachtten bij het vliegtuig, tot er een knap uitziende piloot aan kwam lopen. Hij vroeg niet eens naar hun kaartjes, en liet iedereen instappen, waarna hij met zijn bemanning een paar tests uitvoerde. Hierna klom hij in de cockpit, en gaf een speech aan de vies uitziende Fallschirmjäger, en de contrasterend schoon uitziende Luftwaffe-verbindingseenheden.
'Welkom aan boord bij het grootste vliegtuig waar jullie ooit in zullen zitten, de Focke-Wulf 200! Als jullie willen, vlieg ik zo naar Tokio, maar ik neem aan dat jullie daar niets te zoeken hebben! Nou, zullen we maar, luitjes?'
De opgewekte piloot begon het monster op te starten, en toen alle vier de motoren draaiden, rolden ze de houten hangar uit.
-
Na ongeveer 10 minuten vlogen ze rustig over het Nederlandse platteland, toen er ineens hoog uit de lucht twee Britse Hurricanes op hen doken.
Het afweergeschut van de Condor ratelde, maar de Britse vliegers waren vastbesloten deze vogel uit de lucht te halen. Dat er op hun werd geschoten met meerdere automatische 15- en 20mm-kanonnen schrok hen niet af. De acht Browning machinegeweren van de achterste Hurricane zorgden ervoor dat de Condor een ware gatenkaas werd, maar bleef ondanks dat nog vliegen. De twee Hawkers maakten een schaarbeweging rond de twee vleugels van de Fw-200, en draaiden weer omhoog. De bovenste afweerschutter richtte, en vuurde met een lange vuurstoot op dezelfde Hurricane die de grote verzameling gaten op het vliegtuig had verzorgd. De serie 15mm patronen raakte precies de cockpit van de Hurricane, en de piloot werd geraakt. Daardoor zwenkte de Hurricane naar de Fw200 toe, en raakte daarna met een gigantische klap de linker vleugelpunt van de Condor, waarna hij de diepte in stortte. Ze hadden al aardig wat hoogte verloren, en waren nu nog maar een paar honderd meter van de grond verwijderd. Gelukkig waren ze nog steeds in het letterlijk platte land van Nederland, en de piloot probeerde alles wat hij kon om de vogel een beetje recht te houden. Ondertussen hield Hans zich stevig vast aan het stalen bankje waarop hij zat. Een kwart van de linkervleugel was nu weg, maar dat compenseerde de piloot door één van de rechtermotoren harder te laten draaien. Ze suisden nu vlak boven het Noord-Brabantse platteland, en de piloot ontweek nog maar net een boerderij, waar hij een aantal paarden in wilde angst zag weggalopperen. Toen ze landden, kraakten de vier wielen van de Focke Wulf, maar hielden het lang genoeg om een catastrofe te voorkomen. Ineens klapte Hans' hoofd tegen de bodem van het gevaarte, en werd het zwart voor zijn ogen.
-
Even later werd hij wakker. Tenminste, hij dacht dat het even later was. Toen hij uit het raam keek van het gebouw waar hij naar vervoerd was, zag hij dat het al donker begon te worden, en hij had uit zijn raam een mooi uitzicht op de ondergaande zon. Maar daar merkte Hans weinig van, aangezien zijn hoofd zo hard klopte dat hij nauwelijks bij bewustzijn kon blijven. Met moeite draaide hij zijn hoofd om, en zag dat hij in een boerderij was ondergebracht. Er stond een beker water naast hem, en hij reikte daar naar uit met zijn rechterhand. Een pijnscheut deed hem kreunen, hij had zijn rechterarm dus ook gebroken in de crash. Toen ging de deur open. Het mooiste meisje dat hij ooit zag kwam door de deur lopen, en hij vergat spontaan het harde bonken in zijn hoofd. Haar gitzwarte haar kwam tot net boven haar schouders, en haar bruine ogen keken hem bezorgd, maar tegelijkertijd ook warm aan.
-
'Eh.. Hoi' zei Hans verlegen tegen het al even verlegen meisje. Ze had een bord meegenomen, met een paar stukken brood. Zo te zien op de boerderij zelf gemaakt. Ze legde zijn helm, die op een stoel naast het bed lag, op de grond en ging op de stoel zitten.
'Hoi..' zei het meisje 'Uhm, ik heet Ilse'
'Ik ben Hans' zei Hans, op zachte toon. Het meisje, dat Ilse heette, glimlachte even.
'Ik heb wat eten voor je meegenomen..' zei ze, en ze zette het bord op het nachtkastje.
'Bedankt' zei Hans, die nu bloosde.
-
Dit onderonsje duurde niet lang. De piloot die de Focke Wulf had gevlogen waarin hij was neergestort, kwam binnen.
Ilse mompelde wat en liep snel de kamer uit. De piloot legde zijn vliegerspet neer, en nam een hapje van één van de stukken brood op het bord dat Ilse zonet had gebracht. Een van zijn armen was gebroken bij de crash, en was omwonden met een verband.
'Dus, dat was me het tochtje wel!' zei hij.
'Nou, de volgende keer ga ik wel per auto! Ik dacht dat die verdomde Engelsen het druk genoeg hadden in Frankrijk en hun eigen land!'
'Tsjah, kennelijk hadden ze er nog wel genoeg over om ons onschuldige' - hier lachte hij even - 'transportvliegers te beschieten!'
Hij pakte nog een stuk van het brood, en vervolgde toen 'Ik heet Alfred trouwens, Alfred Almstadt'
'Knap stukje landen heb je daar uitgevoerd, Alfred.'
'Ik ben gewend in een Messerschmitt te vliegen', zei Alfred, 'Ik doe dit alleen even een paar weekjes omdat een of andere hoge piet dat zo heeft bedacht.'
'Oh ja, ik moest melden dat je van Klein zo snel mogelijk naar je basis terug moet keren'
'Als je ooit in een Signal leest over een geweldige aas uit Jagdgeschwader 2, dan weet je wie het is!' voegde hij er aan toe, om vervolgens het laatste stukje brood dat hij in zijn hand had met een behendige gooi in zijn mond mikte.
Vervolgens vertrok hij.
Goed, hij was dus neergestort in een gigantisch vliegtuig, had verschillende verwondingen, maar moest zich zo snel mogelijk weer melden bij Herr Oberfeldwebel Klein.
Hij dacht dat Klein waarschijnlijk niet wist dat hij zo gewond was, dus ging hij de dag daarop met Ilse's vader op de paardenkar naar Someren, om daar te bellen. Zonder zijn camouflage-jas aan was hij niet meer zo gevaarlijk ogend als hij eerst was, maar door de adelaar-met-hakenkruis op zijn borst was hij nog steeds duidelijk te herkennen als Duitse militair, en de mitella om zijn arm maakte hem ook al iemand die werd nagekeken door de bewoners. Hij liep het postkantoor binnen, en merkte dat de winkelier erg nerveus was. Hij dacht dat dit net als de mensen op straat kwam doordat hij een Duitse soldaat was.
Hij zag hem snel een ketting onder zijn jasje doen.
'Hallo, ik wou graag even bellen, als dat kan!' zei Hans.
'Ja, is goed, ehm, meneer'
Toen zag hij waarom de man zo zenuwachtig was.
Door de glazen van de deur die naar achteren liep, waar de winkelier woonde, zag hij een grote menora staan. De man was dus Joods.
-
Hans deed maar of hij niets merkte. Zelf was hij geen Nazi, of antisemiet.
Hij draaide aan de bakelieten schijf, en kreeg Klein aan de lijn.
'Mein Herr! U heeft mij bevolen om mij zo snel mogelijk te melden, maar het vliegtuig, dat mij vervoerde, is aangevallen en neergestort!'
'Voigt!' piepte Klein - het verbaasde Hans nog altijd dat zo'n massieve man zo kon piepen - 'Hoe zwaar ben je gewond? Het bevel blijft staan, je moet zo snel mogelijk naar Frankrijk!'
'Jawohl! Zo snel mogelijk!' zei hij terug. Het leek hem geen goed idee om hem nu te irriteren, hij leek gespannen.
Maar Klein had al opgehangen.
Hans haalde wat geld uit zijn broekzak, en legde het op de toonbank.
Daarna liep hij de winkel uit, en mompelde nog net 'Sjalom', voordat de deur dichtklapte.
Hij liep terug naar de boerderij, aangezien Ilse's vader aan het werk was op het land.
Toen hij weer terug kwam op de boerderij, zag hij dat Alfred al was weggegaan.
-
Hij besloot een ommetje te maken, en liep af op een beek die even achter de boerderij lag. Hij hoorde voetstappen achter zich, en voor hij zich kon omdraaien liep Ilse naast hem. Zwijgend liepen ze een bos in, en na een tijdje gingen ze zitten tegen een bom vlakbij het stromende beekje.
Zij legde haar hoofd op zijn schouder, en hij sloeg zijn arm om haar middel. Zo zaten ze daar een kwartier, een half uur, een uur..
Zonder veel te zeggen liepen ze weer terug naar de boerderij.
's Avonds werd er boerenkool gegeten op de boerderij, en na het gebed volgde er een stilte, die niet lang bleek te duren.
Hans en Ilse praatten uitbundig over allerlei kleine dingetjes, over het leven in Duitsland en Nederland, en zo verder.
Na het avondeten praatten Hans en Ilse nog door, totdat het bedtijd was volgens Ilse's ouders.
De dag erna dacht Hans uit te kunnen slapen, toen hij iets dacht te horen.
Nog half in slaap opende hij zijn ogen, die een officierspet met adelaar boven zijn hoofd zagen zweven.
Nadat hij alles op een rijtje had gezet, opende hij zijn ogen verder en zag het gezicht en lijf die onder deze pet zaten.
Het strenge gezicht van de officier keek hem aan, en gebood hem aan te kleden.
Hans was nu helemaal wakker, en stapte uit bed.
Laatst gewijzigd door iknowdintoo op 23 dec 2009, 14:03, 24 keer totaal gewijzigd.
fallschirmjager
Lid
Berichten: 158
Lid geworden op: 15 jan 2008, 18:11
Locatie: Lokeren Oost-vlaanderen

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door fallschirmjager »

hoop dat dit ook een uitblinker wordt zoals je vorige
succes ermee :)
Gebruikersavatar
iknowdintoo
Lid
Berichten: 1753
Lid geworden op: 10 okt 2007, 17:33
Locatie: Terherne, Friesland
Ontvangen: 1 keer

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door iknowdintoo »

-
Laatst gewijzigd door iknowdintoo op 10 jan 2009, 18:29, 1 keer totaal gewijzigd.
fallschirmjager
Lid
Berichten: 158
Lid geworden op: 15 jan 2008, 18:11
Locatie: Lokeren Oost-vlaanderen

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door fallschirmjager »

ja maar het is eens fijn en grappig om te lezen ...

en schrijftalent heeft niet iedereen
Gebruikersavatar
Samuel.
Lid
Berichten: 308
Lid geworden op: 17 nov 2007, 21:06

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door Samuel. »

iknowdintoo schreef:De rest van de oefening verliep rustig. De parachutisten keerden te voet terug naar hun barakken, als test van uithoudingsvermogen.
De hogere officieren in personenenwagens waren inmiddels weer weg, en de lagere officieren moesten de manschappen organiseren, wat heel overzichtelijk ging. De maanden harde training van de Fallschirmjägers deed zich nu wel blijken. Het monotone gerommel van laarzen galmde door de kleine Duitse dorpjes, soms ondersteund door de geschreeuwde bevelen van de officieren. In de weken daarna deden ze nog geregeld dit soort oefeningen. Eind april werden de trainingen verhevigd, en kregen ze meer automatische wapens toegewezen. Hieronder waren ook buitgemaakte Tsjechoslowaakse ZB-26's lichte machinegeweren. Deze wapens werden erg gewild bij de parachutisten nadat ze deze leerden kennen.

Trouwens, bij dit verhaal hetzelfde als bij het vorige, niet echt realistisch in wat voor opzicht dan ook (behalve vuurwapens :lol: ).
Ik vind het anders leuk om te lezen, ga zo door!
[Beschikbaar voor advertentie, bij interesse PB]
A lone wolf without a pack is either a survivor or a brute.
Gebruikersavatar
Samuel.
Lid
Berichten: 308
Lid geworden op: 17 nov 2007, 21:06

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door Samuel. »

Komt er nog een stukje?
Kan haast niet wachten! :)
(Sorry als ik teveel aandring.)
[Beschikbaar voor advertentie, bij interesse PB]
A lone wolf without a pack is either a survivor or a brute.
Gebruikersavatar
iknowdintoo
Lid
Berichten: 1753
Lid geworden op: 10 okt 2007, 17:33
Locatie: Terherne, Friesland
Ontvangen: 1 keer

Soep

Bericht door iknowdintoo »

-
Laatst gewijzigd door iknowdintoo op 10 jan 2009, 18:29, 1 keer totaal gewijzigd.
Gebruikersavatar
Ruimteaapje
Lid
Lid
Berichten: 696
Lid geworden op: 16 mei 2008, 12:29

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door Ruimteaapje »

Het meervoud is overigens Fallschirmjäger en niet Fallschirmjägers :wink:
D'yer wanna be a spacemonkey and live in the sky?
fallschirmjager
Lid
Berichten: 158
Lid geworden op: 15 jan 2008, 18:11
Locatie: Lokeren Oost-vlaanderen

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door fallschirmjager »

wanneer krijgen we meer te lezen ......?
Gebruikersavatar
iknowdintoo
Lid
Berichten: 1753
Lid geworden op: 10 okt 2007, 17:33
Locatie: Terherne, Friesland
Ontvangen: 1 keer

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door iknowdintoo »

-
Laatst gewijzigd door iknowdintoo op 10 jan 2009, 18:29, 2 keer totaal gewijzigd.
fallschirmjager
Lid
Berichten: 158
Lid geworden op: 15 jan 2008, 18:11
Locatie: Lokeren Oost-vlaanderen

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door fallschirmjager »

And there you have it :)[/quote]

yes , goed zo man...

come on keep going !!!

:D
Gebruikersavatar
iknowdintoo
Lid
Berichten: 1753
Lid geworden op: 10 okt 2007, 17:33
Locatie: Terherne, Friesland
Ontvangen: 1 keer

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door iknowdintoo »

-
Laatst gewijzigd door iknowdintoo op 10 jan 2009, 18:30, 1 keer totaal gewijzigd.
Gebruikersavatar
Charly1975
Lid
Berichten: 3211
Lid geworden op: 30 jan 2006, 16:09
Locatie: Betuwe

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door Charly1975 »

Ik hang aan je lippen _/-\o_

klein puntje: een veelgemaakte fout in de Nederlandse taal: niet alles is 'hun' soms moet het 'hen' zijn. Maar dat doet niets af aan het spannende verhaal !!

Ga doooooooooooooooor maak me wild !! (en met mij een aantal anderen denk ik !!)
We're fools to make war
On our brothers in arms


(Mark Knopfler/Dire Straits - Brothers in Arms)
Gebruikersavatar
Rick de G.
Lid
Berichten: 640
Lid geworden op: 23 jan 2008, 16:32
Locatie: Weert, op de fiets met Justin achterop

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjägers

Bericht door Rick de G. »

iknowdintoo schreef:Een vrij dikke officier, ironisch genaamd Klein, liep langs de rijen. Zijn...werkten. Feldwebel Klein bekeek hem eens aandachtig, en toen Vaclav opkeek, was hij spontaan wakker. 'Pöffler!' piepte Klein, terwijl het onvermijdelijke sprongetje tussen de 'P' en de 'öffler' maakte.
'Zijn wij aan het slapen!? Wij hebben belangrijk werk te doen, en van u in het bijzonder verwacht ik een grote inspanning!'
'Jawohl, Herr Oberfeldwebel!'
'En laat ik duidelijk zijn: slaperig naar de grond staren word niet vermeld in de Soldaten Fibel, of enig ander boek dat u als Fallschirmjäger gelezen moet hebben!'
'Jawohl, Herr Oberfeldwebel!' zei Pöffler weer. Nu schreeuwde hij bijna, in de hoop dat hij de officier van zijn goede wil kon overtuigen.
'Dat dacht ik. Volgende keer eerder uit bed, Pöffler!' En met een sprongetje maakte hij zijn rede af. Pöffler zelf sprong ook op van de zenuwen. Hij ging strak in de houding staan. De dikke officier vervolgde zijn tocht, en bekeek iedere soldaat aandachtig met zijn monocle.
Toen de inspectie ten einde liep, kwamen de Opels aangereden. Klein ging tevreden met zijn dikke achterwerk in de voorste Blitz zitten; naast de bestuurder. Één van zijn 'helpers', zoals hij ze noemde, had zijn ceremoniële Luftwaffe-zwaard aangenomen; hij past al nauwelijks in de vrachtwagen, maar met een zwaard zou écht niet kunnen. De Opel kraakte toen hij instapte. Iedereen ging achterin zitten; en de auto's vertrokken richting vliegveld.
Is Klein nou een Feldwebel of Oberfeldwebel?
Hoe dan ook, het is een onderofficier, en geen officier. ;)
Grenadier Markus Schenk
Gebruikersavatar
iknowdintoo
Lid
Berichten: 1753
Lid geworden op: 10 okt 2007, 17:33
Locatie: Terherne, Friesland
Ontvangen: 1 keer

Re: Nieuw verhaal: Fallschirmjäger

Bericht door iknowdintoo »

-
Laatst gewijzigd door iknowdintoo op 10 jan 2009, 18:30, 1 keer totaal gewijzigd.
Plaats reactie