Hans Knoop: ‘Ik rúik of iemand antisemiet is’

Over het hier en nu (nieuwsberichten, actualiteiten en dergelijke, in relatie met WOII)

Moderator: Mr Mojo Risin

Plaats reactie
Gebruikersavatar
Nick
Lid
Berichten: 2204
Lid geworden op: 10 apr 2004, 20:32

Hans Knoop: ‘Ik rúik of iemand antisemiet is’

Bericht door Nick »


Gepubliceerd op: 6 oktober 2005

Door Dick Hofland

Hans Knoop (62) schreef geschiedenis met het opsporen van oorlogsmisdadiger Pieter Menten. Zijn grootste victorie beleefde hij echter op de lagere school, toen hij na een paar judollessen de jongens uitschakelde die hem altijd hadden gepest.

„Geloof het of niet, maar ik heb in mijn hele leven nog nooit echt last gehad van antisemitisme. Mijn vrouw en kinderen evenmin. Nou ja, ik ben op een kruispunt wel eens uitgescholden voor vuile rotjood, maar dat is wat anders.

Diverse joodse vrienden en kennissen zeggen dat er een anti-joodse sfeer is gaan heersen, maar ik merk daar niets van, terwijl ik toch nooit low profile ben geweest. Als iemand je iets flikt, hoeft dat geen antisemitisme te zijn, maar als je er overgevoelig voor bent, beschouw je het wel meteen zo. Ik heb dat dus niet.

Bovendien bijt ik behoorlijk van me af. Als het moet, ben ik een vechter. Ik weet nog goed dat ik een keer met rabbijn Soetendorp in een VPRO-programma zat. Onze gesprekspartners zeiden dat de Israëli’s de nazi’s van het Midden-Oosten waren. Soetendorp luisterde geduldig, reageerde gematigd. Ik ging als een razende tekeer en weigerde na afloop die mensen een hand te geven. Lees ik de volgende dag in de krant dat Soetendorp politiebescherming nodig had, omdat zijn kinderen werden bedreigd, terwijl ik nergens last van had.“

„Ik heb me altijd zeer weerbaar opgesteld. Confrontaties ga ik niet uit de weg. Dat heb ik te danken aan mijn vader. Na de oorlog werd ik op de lagere school gepest. In die tijd was er wél een golf van antisemitisme. Mijn vader was altijd een moedig en rechtvaardig man. Als hij op straat liep en zag dat iemand in elkaar werd geslagen, dan sprong hij er tussen. Hij is nu 89 en fysiek niet meer in orde, maar hij zou het nóg doen. Mijn vader was een goed bokser en daar heeft hij zelfs zijn leven aan te danken.

Hij was bij een controle gepakt op een vals persoonsbewijs en stond op het station om te worden gedeporteerd. Hij sloeg twee SS’ers knock-out, vluchtte en dook opnieuw onder.

Hij had een weerbaarheid die hij bij mij niet zag. Daarom stuurde hij mij op m’n zesde naar judo en dat was me op het lijf geschreven. Ik weet nog goed dat ik de judolessen voor het eerst in praktijk bracht. De jongens die me altijd pestten, moesten toen het onderspit delven. Dat is de grootste victorie in mijn leven geweest, nog groter dan toen ik Menten veroordeeld kreeg.“

„Eigenlijk triest hè, dat oog om oog in de praktijk vaak beter werkt dan iemand de andere wang toekeren. Terwijl Jezus het lijdzame propageert. Ik ben jood, maar ik heb niets met de religie, ik ben atheïst. Misschien komt het daardoor. Ik ben ook geen ethicus, hoewel de joodse ethiek me zeer aanspreekt. Daarin weegt het leven van één onschuldige zwaarder dan de straf voor miljoenen schuldigen. Daarom ben ik ook jaloers op Peter R. de Vries. Hij heeft in de Puttense moordzaak mensen vrij gekregen die onschuldig in de gevangenis zaten.

Ik heb met Pieter Menten iemand achter de tralies gekregen die ik nog altijd beschouw als een van de meest abjecte misdadigers uit de nazi-tijd. Dat die man zijn straf heeft ondergaan, geeft mij enorme voldoening en veel mensen beschouwen mijn inspanningen nog altijd als het naoorlogse hoogtepunt van de journalistiek. Ik vind dus dat die eer De Vries toekomt. Wat hij heeft gedaan, is pas echt uniek.

Ik spiegel me heus niet aan Simon Wiesenthal, een man met grote moed die ik goed heb gekend. Soms legde hij zijn werk neer om iemand vrij te krijgen die ten onrechte vast zat. Dat was voor hem nog belangrijker dan het opsporen van nazi’s. Stel dat ik er nu achter zou komen dat Menten toch onschuldig was, dan zou ik álles in het werk stellen om dat boven tafel te krijgen en hem in ere herstellen. Dat móet.

Menten is verleden tijd, inmiddels een half mensenleven geleden, maar voor mij is het nog gisteren. Menten was een voor mij niet te evenaren hoogtepunt als journalist en ik kreeg een conflict met het uitgeversconcern De Telegraaf. Ik was hoofdredacteur van het weekblad Accent en kon daar niet blijven. Ik heb geen kapsones, nooit gehad, maar ik wilde toch een gelijkwaardige functie. Tegenwoordig kun je makkelijk van het ene medium naar het andere, maar in die tijd was Nederland nog verzuild en was het volkomen ondenkbaar dat ik bijvoorbeeld bij de NRC of de VARA zou kunnen werken.

Ik heb toen min of meer gedwongen gekozen om onafhankelijk media-adviseur te worden. Ik was de eerste die dat deed en het is een schot in de roos gebleken, al zijn er altijd mensen die je het succes niet gunnen. Toen ik Menten had opgespoord, stond ook niet iedereen te juichen. Enkele collega’s hebben alles geprobeerd om Mentens onschuld aan te tonen.

Bij mij heeft hij ook altijd zijn verhaal kunnen doen. Op het laatst wilde hij me niet meer zien, maar dat was zijn keus. Iedereen heeft recht op weerwoord. Als Hitler nog zou leven, zou ik hem dat recht ook niet hebben ontzegd. Hoe abject ook, iedereen heeft recht op vrije meningsuiting, verdediging en wederhoor.“

„Je zult mij niet snel horen zeggen dat iemand antisemiet is. Dat ben je pas als je vindt dat Israël geen recht van bestaan heeft of als men in de beoordeling van dat land een dubbele moraal hanteert. Ik rúik of iemand met betrekking tot Israël niet deugt. Ik rúik of iemand niets anders voor ogen heeft dan het raken, het kwetsen van joden.

Er gaat geen dag voorbij of ik heb het wel een keer over Israël. Ik ben er honderden keren geweest, ik heb er een geweldige fascinatie voor. Denk niet dat ik het land altijd steun, ook bij mij is sprake van voortschrijdend inzicht. Net als de meerderheid van de Israëlische bevolking vind ik dat de terugtrekking uit de bezette gebieden moet doorgaan.

Het is niet in het belang van Israël om als een bezettende macht de Palestijnen te onderdrukken. Dan krijg je zoiets als het apartheidsregime in Zuid-Afrika of een Milosevic-achtige oplossing: verdrijven. Dat wil je toch niet? Ik geloof alleen niet dat een oplossing van het conflict het terrorisme de wind uit de zeilen zal nemen. Israël is voor moslimterroristen niets anders dan een alibi. Men wil seculiere regeringen ten val brengen om er moslim-fundamentalistische landen van te maken. Het Westen is daarbij de personificatie van het kwaad.

Dus denk alsjeblieft niet dat het terrorisme de wereld uit is als Israël en de Palestijnen met elkaar in vrede leven. Moslimterroristen hebben de opdracht de wereld de islam op te leggen. Joden hebben zo’n opdracht niet. Joden zijn geen wereldverbeteraars, wij zijn meer op innerlijke verbetering gericht.“

„Ik woon nu al jaren in België, ik ben een groot België-fan. Lekker Bourgondisch en er is een volstrekt gebrek aan chauvinisme en nationalisme. Dat is een verademing, maar je hebt hier wel het Vlaams Belang. Daar stemt een derde van de Antwerpenaren op, maar Sjefke op de Meir is echt niet tegen buitenlanders of joden, de Vlamingen zijn geen geen fascisten en antisemieten.

Ik denk dat de Vlaming zelfs toleranter is dan de Nederlander. Alle andere partijen regeren samen en hebben het Vlaams Belang buitengesloten, het cordon sanitair. Als er een stoeptegel een half jaar los ligt, hoeven ze niet bij de overheid aan te kloppen, want die doet toch niets voor ze. Dus uit frustratie stemmen ze op Filip Dewinter, hij leidt de enige oppositiepartij.

Begrijp me goed, ik ben een zéér groot tegenstander van het Vlaams Belang, al moet ik erkennen dat Dewinter nog geen enkel statement heeft gedaan dat in de verste verte op een antisemitische houding wijst. Zijn programma verschilt niet veel van het programma van Wilders en wijlen Fortuyn en over buitenlanders zegt hij niets anders dan minister Verdonk. Zij haalt zelfs met één pennenstreek een streep door de namen van 26.000 asielzoekers zonder er kennelijk ook maar één nacht slecht van te slapen.

Is dat racistisch? Het probleem is: je kunt niet een beetje racist zijn. Je bent het of je bent het niet. Ik weet wel dat Vlamingen niets met racisme van doen hebben en dat het Vlaams Belang geen programma heeft zoals Le Pen en Haider en dát zijn wel racisten.

Het Vlaams Belang heeft mij een keer in een e-mail gevraagd of ik de kandidaten voor de parlementsverkiezingen een mediatraining wilde geven. Dat doe ik dus niet. Er zitten hele kwalijke figuren in die partij: collaborateurs uit de oorlog, oud-Waffen-SS’ers, partijfunctionarissen die de holocaust ontkennen. Die partij is gewoon fout.“

„Ik heb een schoon geweten en dat wil ik zo houden. Ik wil ook geen mensen vertegenwoordigen die zich met drugs bezig houden of andere abjecte strafbare feiten hebben gepleegd. Als ik ergens moreel moeite mee heb, doe ik het niet. Verder kan zo’n beetje iedereen bij mij terecht en wat anderen van die keuzes vinden, laat mij verder koud.

Let wel: ik verbind me nooit en te nimmer aan iemand, ik ben een tussenpersoon. Eén keer heeft een oud-collega me, in een bijzin, een oude journalistieke sjacheraar genoemd. Sjacheren betekent de zaak oplichten en heeft daarnaast een antisemitische lading.

Ik klop zoiets niet op en als iemand zegt: sorry, niet bij nagedacht, ik bedoel er niets mee, dan is het over. Anders ga ik door, sleep ik ’m voor de Raad voor de Journalistiek, net zo lang tot ik gelijk krijg. Ik ben helemaal niet snel aangebrand, ik heb een brede rug en een dik pantser, maar sommige dingen laat ik niet over mijn kant gaan. Dan steekt de weerbaarheid die ik van mijn vader heb meegekregen weer de kop op.“

Biografie

Geboren (in onderduik) in 1943 te Naarden. Getrouwd met Betty Leuw (sinds 1968), vader van Yoram (36) en Lisette (34). 1963-1974: verslaggever bij De Telegraaf, later correspondent in Brussel en Tel Aviv, mede voor de AVRO. Interviewde president Nixon kort na zijn aftreden, de shah van Iran, koning Hoessein, Jitzhak Rabin, Mosje Dajan en Henry Kissinger.

1974-1978: hoofdredacteur weekblad Accent. 1976: zaak-Menten. 1978: begint, na veroordeling van Menten, media-adviesbureau. 1990: verhuist naar België.

Auteur van onder meer ‘Zesdaagse van Sinaï’, ‘De Joodsche Raad van Amsterdam’ en ‘Wouter Basson, de Mengele van Zuid-Afrika’.

Bron: BN/DeStem

Infanterie: Königin aller Waffen!
Gebruikersavatar
Roel R.
Lid
Berichten: 5675
Lid geworden op: 21 sep 2003, 01:50
Contacteer:

Bericht door Roel R. »

Pieter Menten

Pieter Nicolaas Menten (26 mei 1899 – 14 november 1987) was een Nederlandse oorlogsmisdadiger. Hij groeide op in een welgestelde Rotterdamse familie en vestigde zich in Polen als zakenman. In 1941, nadat Duitsland grote delen van Polen had veroverd, werd hij lid van de SS. Aanvankelijk hielp hij de bezetter als tolk, maar al snel nam hij deel aan het uitkiezen van Joodse families voor executie, kunstroof en andere activiteiten van de Nazi's in Polen.

In 1949 moest hij terecht staan op beschuldiging van collaboratie, het roven van kunst, en omdat hij zich in vreemde krijgsdienst zou hebben begeven. Zijn advocaat L.G. Kortenhorst, tegelijkertijd voorzitter van de Tweede Kamer, wist Menten van de meeste beschuldigingen vrij te pleiten. Menten werd tenslotte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, hetgeen gelijk stond aan de lengte van zijn voorarrest.

Later leefde hij in weelde in Blaricum, waar hij relaties opbouwde met bekende Nederlanders. Naar schatting was hij Nederlands zesde persoon in rijkdom, zonder dat duidelijk werd waar deze rijkdom vandaan kwam. In 1976 kwam de zaak Menten opnieuw aan het rollen, toen Menten kunstwerken wilde laten veilen. Journalist Hans Knoop werd getipt dat veel van de kunstwerken roofkunst uit Galicië zou betreffen. Knoop verdiepte zich in de zaak en bracht schokkende feiten aan het licht. Menten zou zich tussen 1941 en 1943 als tolk van de Duitsers met als rang SS-Hauptscharführer hebben schuldig gemaakt aan collaboratie, medeplichtigheid aan moord, en diefstal. De door hem bij elkaar geroofde kunst liet hij 1943 in een drietal spoorwegwagons naar Nederland transporteren.

Een dag voordat Menten in november 1976 zou worden gearresteerd, vluchtte hij met zijn vrouw Meta naar Zwitserland, waar hij vervolgens op 6 december alsnog werd gearresteerd. Minister van justitie Van Agt stelde een commissie in die de affaire moest onderzoeken. Menten werd in 1980 door een Nederlandse rechtbank veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. Hij zat tweederde van zijn straf uit en kwam in 1985 vrij. Hij overleed op 88-jarige leeftijd in een bejaardenhuis te Loosbroek.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Pieter_Menten
Plaats reactie