Nummers op Airborne-kerkhof krijgen gezicht

Over het hier en nu (nieuwsberichten, actualiteiten en dergelijke, in relatie met WOII)

Moderator: Mr Mojo Risin

Plaats reactie
Gebruikersavatar
Roel R.
Lid
Berichten: 5675
Lid geworden op: 21 sep 2003, 01:50
Contacteer:

Nummers op Airborne-kerkhof krijgen gezicht

Bericht door Roel R. »

Door JOOST ARIAANS

HETEREN/OOSTERBEEK - Jonge mannen zijn het. Stralend op de foto. Geknipt op een moment dat ze nog niet wisten welk onheil boven hun hoofd hing. Niet veel later kwamen ze tijdens de Tweede Wereldoorlog om het leven. Ze rusten op de Airborne - begraafplaats in Oosterbeek.

Het thuisfront werd door hem in 24 brieven op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen aan het front. Afzender: Raymond Edwards, 24 jaar. Legernummer 7663777.

10 juli 1944: Ik vraag mij af waar we eigenlijk voor vechten. Ben mijn zenuwen nog niet geheel de baas.

De overpeinzingen van een jonge soldaat. Met nog iets meer dan twee maanden te leven.

In oorlogsmuseum The Island in Heteren worden in september van dit jaar zestig jaar na de Slag om Arnhem de brieven tentoongesteld. Net als foto's van de vaak jonge soldaten. Om de oorlog een gezicht te geven; gezichten vergeet je niet snel.

12 juli 1944: Ik had gehoopt dat ze me niet nodig hadden om in het leger te vechten.

Raymond Edwards, schutter in een Shermantank. Monteur als dat nodig was. Afkomstig uit Yorkshire, in het noorden van Engeland. Tijdens D-day op het Europese vasteland gedropt. Een jonge vent tussen hoop en vrees.

11 augustus 1944: De Duitsers storten ineen, maar ze vechten hard en tot de laatste man.

Edwards doet hetzelfde, zij aan zij met Robert Arthur Armstrong, slechts 22 jaar. Legernummer 5350669.

Marcel ten Böhmer van museum The Island heeft zo goed en zo kwaad als het kon de reis van het tweetal geanalyseerd. De brieven hebben hem daarbij geholpen.

"Moet je voorstellen. Ze zijn geland in Normandië en met een tank naar de Betuwe gereden; een afstand van achthonderd kilometer." Een reis vol ontberingen, gevaar, angst maar ook vreugde.

Zoals in Frankrijk.

22 augustus 1944: Het is een onwerkelijk gezicht om burgers te zien, die terugkomen naar hun dorpen nadat de Duitsers zijn verdwenen. De mensen staan lachend aan de kant van de weg, zwaaien en gooien met bloemen naar ons.

Even verderop woedt de oorlog nog in alle hevigheid: in België, in Nederland. In de Betuwe.

11 september 1944: Alles is goed met mij en ik bid dat alles goed gaat tot het einde. Ik hoop maar dat alles snel over is en dat ik met kerstmis thuis ben.

Op 23 september komt er voor Raymond Edwards en Robert Armstrong een einde aan de oorlog. "Die dag zouden ze vanuit Valburg Elst aanvallen", weet Ten Böhmer. "Halverwege de middag ging het mis. Hun tank werd geraakt. Einde verhaal."

Twee jonge levens verwoest. Zoals zo veel levens werden verwoest. Ook dat van sergeant John Wray Brown, 23 jaar. Legernummer 1779063. Piloot van een zweefvliegtuig. Overleden op 25 september 1944. "Hij landde met zijn zweefvliegtuig op de Renkumse Heide", weet Ten Böhmer. "Hij was niet meer nodig als piloot en werd ingezet als soldaat."

Brown belandt in een ware hel.

"De situatie in Oosterbeek was voor de geallieerden onhoudbaar." De enige mogelijkheid is een vlucht naar de relatief veiliger Betuwe. "Heel veel soldaten die in Oosterbeek zaten, besloten zwemmend de Rijn over te steken. John Brown deed dat ook." Het wordt hem fataal. "Hij is verdronken. Het water stroomde hard, het was koud. Misschien is hij geraakt door een Duitse kogel; dat durf ik niet met zekerheid te zeggen."

Pas een jaar later, op 9 september 1945, wordt zijn lichaam bij Heteren gevonden. Brown is daar begraven. Raymond Edwards en Robert Armstrong liggen op het oorlogskerkhof in Oosterbeek. Naast elkaar, zoals ze in de Tweede Wereldoorlog naast elkaar streden voor vrijheid.

Betuws oorlogsmuseum The Island is te vinden aan de O.L. Vrouwestraat 36 in Heteren. Meer informatie op http://www.betuwsoorlogsmuseum.nl.

Bron: De Gelderlander
Plaats reactie